Lijsttrekkersdebat 2018

Ik ben sprakeloos van bewondering voor de ene dame en de drie heren aan deze tafel, maar ook voor de overige kandidaat-raadsleden hier aanwezig of elders. Omdat sprakeloosheid als eigenschap voor een radiocolumnist niet erg vruchtbaar is, zal ik proberen in de komende 4 minuten en 18 seconden aan mijn bewondering klank en kleur te geven.

Wat doet een raadslid? Hij is volksvertegenwoordiger en vertolkt als zodanig de opvattingen en gevoelens van de inwoners. Om deze te leren kennen, verlaat hij zijn comfortzone, hij gaat de paden op, de lanen in, de boer op en de buurt in om zijn ogen de kost te geven, zijn oren te luisteren te leggen, zijn voelsprieten uit te steken. Op die manier kan hij achterhalen wat er onder de bevolking gist. Die reuring brengt hij – al dan niet gefilterd – als voorstel in het fractie- en raadsoverleg. Maar daarmee is hij er nog niet. In het overleg moet hij voor zijn voorstel een gedegen  draagvlak zien te creëren. Dat betekent wel dat hij zich eerst een eigen oordeel vormt: hij laat zich dus informeren, leest en doorgrondt dossiers,  spelt en spit cijfers uit;   ik geef het je te doen.

De taken van de gemeente en dus ook die van raadsleden zijn door de decentralisatie op een aantal sociale uitgebreid en geïntensiveerd. Het idee achter de decentralisatie is dat lokale overheden beter weten wat er speelt en dus eerder maatwerk kunnen leveren. Heel verstandig van Den Haag om die publieke taken uit te besteden. Maar deze leggen wel een ongezonde druk op het gemeentebestuur en op de raadsleden die het bestuur aansturen; ik geef het je te doen. Dit is haast bovenmenselijk, zelfs gekkenwerk, zoals ooit Freule Wttewaall van Stoetwegen in de Tweede Kamer verzuchtte. Ik zou het ingetogener formuleren: het is multitasking voor gevorderden. Dit schrijnt in het bijzonder omdat het raadswerk in de praktijk niet door beroepskrachten gebeurt maar een gekwalificeerde vorm van vrijwilligerswerk is.

De beperkte tijd die een raadslid noodgedwongen aan het raadswerk kan besteden, vraagt om samenwerking. Het doet me deugd dat de jullie hier in gezamenlijkheid gedachten uitwisselen, en ondanks verschillen in accenten het algemeen belang voor ogen houden. Je weet het, soms vraagt dat  belang niet meer dan dat je iets van het eigen partijprogramma laat varen, misschien zelfs iets van je eigen principes. Maar juist daardoor worden overtollige tegenstellingen successievelijk afgepeld. Dit te beseffen is inzicht- en karaktervormend, en geeft vorm aan de politieke verantwoordelijkheid.

Veel betekenend in dit opzicht was het gebaar van de burgemeester om als opmaat naar de verkiezingen de vier lijsttrekkers een pot lijm aan te smeren. Hopelijk is die nog niet tot de bodem geleegd. Eerder dan de azijnfles heb je lijm of honing nodig om het na de verkiezingen samen eens te worden over de coalitie. En, ik durf het hardop te zeggen, ik heb daarin alle vertrouwen, ik heb alle vertrouwen in ieder van jullie en in jullie gezamenlijk. Jullie kregen dus alle vier mijn stem. Vandaag nog.