Vaarwel Telefooncel! (21 februari 2016)

Heeft u het ook gelezen? Afgelopen week in het Brabants Dagblad? Ik wel! Mijn aandacht werd getrokken door een uitgebreid artikel compleet met foto’s over het verdwijnen van de laatste telefooncellen. Natuurlijk snap ik dat er weinig tot geen behoefte meer is aan de good old telefooncel. Maar toch… Weer iets dat uit het straatbeeld verdwijnt. Dit keer door de voortschrijdende technologie die, ik geef het toe, ook gemak met zich meebrengt. Gemak dat in ieders handbereik ligt. Maar toch…

Dezelfde avond bespreek ik het krantenartikel tijdens het avondeten. Manlief herinnert zich nog de komst van de eerste en enige telefooncel in zijn geboortedorp Biest-Houtakker. Jarenlang stond het groene celletje daar naast het flatje. Maar ook herinnert hij zich dat er bij calamiteiten bij de buren, de familie Vriens, kon worden gebeld. Ook belden familieleden van veraf naar dat telefoonnummer; meestal was er dan echt iets belangrijks te melden! Buurvrouw Sjaan kwam dan aangesneld over dun hofpad om te melden dat er telefoon was. “Jaaaa pap”, zeggen onze kinderen dan; dat was op de Biest zo.

Waarop ik ze als moeder, die opgroeide in de stad, toch erop moet wijzen dat wij ook bij de buren telefoneerden. En ook alleen maar bij belangrijk nieuws van familie buiten de stad. Onze buren hadden een gordijnenwinkel het Zolderke waar de telefoon in de winkel stond. Ons mam (afkomstig uit Zuid-Limburg) mocht elke week een halfuur met haar zus en moeder bellen na sluitingstijd. In ruil daarvoor zette zij de krulspelden in bij Mevrouw van Nieuwenhoven, de eigenaresse van het Zolderke. Toen we in 1973 verhuisden naar de wijk Quirijnstok, naar een nieuwbouwflat, hadden we ook daar nog geen telefoon. In deze nog in aanbouw zijnde wijk stonden maar liefst 5 telefooncellen. Compleet met telefoongidsen erin; wat een luxe! 1 jaar later kregen we zelf een telefoon; noodgedwongen omdat ons pap in verband met de gladheidsbestrijding per telefoon een oproep kreeg om te gaan strooien.

Ik hoor de kinderen zuchten aan tafel; ik kan het ze niet kwalijk nemen. Maar ze weten wat er komen gaat; pap en mam mijmeren over nog meer dingen die uit het straatbeeld zijn verdwenen. De SRV wagen, de biebbus, de bakker die de toer reed, de melkboer en de groenteman. En nu dus de telefooncel; wat volgt? De oranje postbus: Niet ondenkbaar, je fysieke post alleen nog aanleveren bij een postagentschap; de rest gaat per e-mail. De kliko: Huisvuil ondergronds storten – het gebeurt al op diverse locaties. Het bushokje: Op veel plaatsen staat alleen nog een haltepaal. Tijden en route kan iedereen voortaan zien op 9292. De borden met de wijkplattegrond: Kijk je toch na op je mobiel op Google Maps…

Laten we ook nog een deel van het straatbeeld behouden; het heeft zo z’n charmes. En wie weet komen er zelfs wel good old items terug. In de omgeving van Waalwijk rijdt al weer een ondernemer rond met een SRV wagen met verse producten: Van de boer naar de klant. Dat geeft hoop voor het straatbeeld. Een straatbeeld wat verandert, maar dat niet kil en kaal wordt. Laten we het straatbeeld op wat voor manier warm en levendig houden met allerlei zaken en activiteiten. En wie weet draagt dat straatbeeld bij aan een minder kille en minder kale maatschappij!

Maar voor nu geldt: Telefooncel vaarwel!