Stoffig? (20 maart 2016)

Vorige week vielen er 2 grote enveloppen op de deurmat; eentje voor onze dochter en eentje voor onze zoon. Nu geldt bij ons in huis de gouden regel; van elkaars post blijf je af. Dus legde moeders de enveloppen keurig in de mand in de hal. Bij thuiskomst grist ieder zijn eigen post uit de mand zo ook op deze bewuste avond.

“Heuuuh… Heb jij ook zo’n envelop? Met het logo BPL erop? Gauw kijken wat erin zit want wie weet…”. Je merkt dan als ouder dat “gewone” post voor de jeugd uit het huidige digitale tijdperk toch wel apart is. “Oooooo”, klinkt het enigszins teleurgesteld. Een uniform pensioenoverzicht. “Mam, doe jij die in mijn administratiemap? Want wat moet ik daarmee? Duurt nog zoooooooooolang eer mijn pensioen in beeld komt. En hoezo BPL; ik heb toch alleen een bijbaantje bij de Jumbo en de Wever? Krijg jij ook zo’n overzicht?”

Vragen, vragen, vragen over een voor de jeugd begrijpelijk stoffig onderwerp. Toegegeven: Ook ik stop al 36 jaar het overzicht keurig in mijn ordner met de gedachte we zien het tegen die tijd wel… De AOW leeftijd is weer opgerekt en wie weet verandert het straks weer. Nu mag ik nog 14 jaar werken, maar worden dat er straks meer of minder? En is er dan nog wel iets over van de pensioengelden waar naar mijn mening kwistig mee belegd wordt; helaas niet altijd met een positief rendement.

Dus begin ik maar eens met het beantwoorden van die vragen: BPL staat voor bedrijfspensioenfonds voor de landbouw. Omdat zowel zoon als dochter als 13e jarige op zaterdag in het stekbedrijf van zwager en schoonzus werkten, ontvangen zij vanuit dat bijbaantje het overzicht. En ook van de Jumbo waar ze allebei werken; dochterlief ook nog van de Wever.

Maar je krijgt toch ook AOW; hoe zit dat dan? Ik pak een vel papier en laat zien hoe een totaalpensioen inclusief AOW is opgebouwd. Al snel wordt duidelijk dat het bedrijfspensioen toch wel een welkome aanvulling is op de AOW. Alleen AOW is vaak niet toereikend voor ouderen om rond te komen. Geen vetpot laten we maar zeggen… Gelukkig komt dat nu minder vaak voor. Ik vertel het verhaal van mijn oma (geboren in 1908). Altijd keihard gewerkt maar wel in een tijd dat vrouwen niet of nauwelijks pensioen opbouwden. Wiens man (mijn opa) ook hard werkte en de illusie had dat het met het pensioen wel goed zat. De pensioenpremie werd keurig ingehouden en de werkgever zou door middel van zegels plakken een pensioen garanderen vanaf de 65 jarige leeftijd. Helaas… Wel ingehouden maar niet geplakt en tegelijkertijd werd het bedrijf gesloten. Pure pech; opa werd maar 66 en oma heeft tot haar dood op 92 jarige leeftijd moeten sappelen om rond te komen van alleen een AOW’tje. Samen komen we tot de conclusie dat het hele pensioenstelsel stoffig is en blijft. En een schijnveiligheid blijkt te zijn in veel gevallen. Hardop vragen we ons af of het niet beter zou zijn om geen pensioen af te dragen en dan zelf maar te sparen. Of misschien wel om NIET te sparen en gewoon NU te genieten van het leven. Want kent niet iedereen de  voorbeelden van mensen die snakten naar hun pensioengerechtigde leeftijd en het net niet haalden. Of het wel haalden en vrijwel meteen daarna te kampen kregen met allerlei ongemakken van zichzelf of hun partner?

Een goede leestip is het boek Het Plakbandpensioen van Gerhard Hormann; een aanrader! Want één ding mogen we niet vergeten: Later is allang begonnen.