Stemwijs (5 maart 2017)

Hilvarenbeek is nauwelijks bekomen van het carnavalsspektakel, het haringhappen en het askruisje, of het moet zich alweer opmaken voor een ander evenement. Op 15 maart, over precies 10 dagen, barst het feest van de democratie los. En wat merken we er nu al van? Op de verkiezingspanelen in het dorp zie je een verdwaalde, hier en daar bijgekleurde partijposter, het overgrote deel van de beschikbare ruimte is nog vrij. Nu ben ik een bereisd man, die dezer dagen Tilburg en zelfs Goirle aandeed. Daar trof ik royaal beplakte billboards, vanwaar mannen en vrouwen je recht in het gezicht aankijken. Allemaal stralen ze vertrouwen uit, en eigenlijk hebben ze ook wel iets vertrouwenwekkends, daar heeft eerst de grimeur en daarna de fotograaf wel voor gezorgd. Allemaal ook dragen ze een boodschap uit: Hou vast aan je idealen (PvdD), Samen vooruit (PvdA), Normaal. Doen. (VVD), Bepaal je eigen toekomst (LP), Keuzes voor een beter Nederland (CDA), Nederland weer van ons (PVV), Nederland is van ons allemaal (DENK). Naast deze strijdlustige getuigenissen spat er van de meeste posters ook nog het dwingend appel af: Stem.

Alle partijen dingen naar mijn stem. Naar wat voor stem? Een aantal van hen mikt duidelijk op de stem des volks. Ik snap best dat daar vraag naar is, deze stem tikt immers nogal door. Maar wil ik wel de stem des volks zijn? Ik dacht het niet. Want wie of wat is het volk? Kan iemand mij daarvan het telefoonnummer geven, het e-mailadres, het burgerservicenummer?

Welk soort stem is voor onze politici nog meer aantrekkelijk? Juist, de strategische stem, een initiatief van onze immer blijmoedig ogende premier. Meer dan eens deed hij de oproep om een strategische stem uit te brengen, uiteraard op zijn eigen VVD. Ik zag hem op de TV, met gulle lach en vol zelfvertrouwen. Zijn ogen straalden optimisme en trots op Nederland uit. Maar ineens legde hij zijn ontwapende levenslust af inclusief de tinteling in zijn ogen. Zijn olijke gezicht vertrok, zijn ogen verstarden, alsof zijn wereld plots donker en somber werd. Zag hij het beeld opdagen van een schoonmoeder? Het zou bij deze man zomaar kunnen.  Neen, erger, hij voorzag een rampscenario, voor het geval de PVV de grootste partij wordt en Wilders dan zijn plaats in het torentje gaat innemen. Een rampscenario? Welnee. Wat Rutte hier debiteert is een vorm van kiezersbedrog, die – zo heb ik gelezen – ook door goedgelovige kiezers niet altijd wordt onderkend.  Zo langzamerhand is er immers rond Wilders een cordon sanitaire (zo heet dat in de Vlaamse variant van het Nederlands) getrokken, dat erop ziet dat Wilders van elke regeringsdeelname uitgesloten wordt. Mocht Wilders’ PVV ooit de grootste worden, dan is er geen denken aan dat hij de premier wordt. Hij zou dat ook niet willen. Nee, dan kan hij achteraf niet meer zeggen hoe het eigenlijk had gemoeten, zoals Wim Kan ooit voorzag.

Mijn stem is dus geen strategische stem. Wat dan wel? Even dacht ik aan de  stem van een roepende in de woestijn (Lucas: 3,4), maar ik heb deze gedachte onmiddellijk verworpen. Mijn stem wil in elk geval gehoord worden, al wil dat nog niet zeggen dat er naar me geluisterd wordt.

De beste garantie om niet verschrikkelijk spijt te krijgen van je uiteindelijke stem is, zo lees ik in de TROUW-column van Lex Oomkes: Stem gewoon ideologisch. Ik wil dit advies nog wat verfijnen. Aan wie ik mijn stem geef, krijgt niet zomaar een stem, maar de stem van mijn geweten. Nu nog de afweging maken welke partij daar het meest recht op heeft.