De Roovert; Een Ultieme Poging Tot Bekering (5 juni 2016)

U weet hoe het gegaan is. Een meerderheid in de Raad vindt dat de Roovert moet worden verhard. De argumentatie is met natte vingers tot stand gekomen: verharding zou een stevige impuls geven aan de economische voorspoed in Hilvarenbeek. Na dit argument als onversneden waarheid te hebben gedebiteerd, stopte deze meerderheid onmiddellijk de oren dicht voor mogelijke tegengeluiden. Die oren zijn nog steeds niet geopend en dus kunnen de veelkleurige en zorgvuldig beargumenteerde tegenwerpingen daarin geen toegang krijgen. Hopelijk gaan ze door deze column alsnog open; nog liever zou ik zien dat zich hierdoor de wijsheid zou openbaren.

Te beginnen met een weldoordachte, met feiten en cijfers onderbouwde argumentatie. Omdat die maar uitblijft, durf ik te stellen: Waarom zijn de voorstanders niet gewoon eerlijk, en zeggen zij dat een verharding van de Roovert – ik chargeer enigszins – het de benzineslurpers, zuipschuiten en rookmagiërs gemakkelijker maakt om de in ons land hogere accijnzen op alcohol, tabak en vooral benzine te ontwijken? Een volle tank in België  levert al gauw een besparing op van 8 tot 10 euro. Tegenover zo’n verheven doel mag best 600.000 tot 800.000 euro aan gemeenschapsgeld staan. Toch?

Zoals gezegd,  de argumenten van de meerderheid van de Raad zijn vaag en onbewezen, en centreren zich bovendien om het  belang van de economie van ons dorp, dat op een grote  toestroom aan Belgische koopjesjagers mag rekenen. Zou dat waar zijn?  Onderzoek onder Goirlese winkeliers – een onderzoek in opdracht van de Beekse middenstand – laat daar niets van blijken. Maar waarom moet in deze aangelegenheid de economie het doorslaggevende, neen het allenige belang zijn? Moeten we in de besluitvorming niet ook aan de  cultuurhistorische waarde, de milieuwaarde van het gebied en de verkeersveiligheid gewicht toekennen? Op de voorgestelde manier wordt voor verharding van de Roovert een wel zeer hoge morele prijs betaald.

Wat de verkeersveiligheid betreft wil ik hier een argument toevoegen, dat tot nu toe onderbelicht is gebleven. Door de voorstanders van verharding wordt de verkeersonveiligheid gebagatelliseerd. In het bos gaat een maximale snelheid gelden van 30 km/u, op Klein Loo en Roovertsedijk 60 km/u. Gaat iedere automobilist zich op deze kaarsrechte aanlooproute werkelijk aan de maximumsnelheid houden? De vraag stellen is haar beantwoorden. Ongevallen met tenminste materiële of letselschade liggen op de loer. En dit is gefundenes Fressen voor letselschadeadvocaten, die geen middel onbeproefd laten om de medemens in zijn nood bij te staan. Als ze volgens het no cure no pay-principe ten strijde trekken, zullen ze niet schromen om hun pijlen te richten op die partij waar het meest te halen is, en die partij is de overheid. De advocatuur zal vermoedelijk ook nog het recht aan haar zijde krijgen. Om de samenleving goed te organiseren, moet het openbaar bestuur immers niet alleen de regels stellen, maar die ook toepassen, resp. handhaven. In de handhaving schiet elke overheid vaak te kort, alleen kunnen de gevolgen in dit geval ernstig zijn.

In de Raadzaal van het gemeentehuis staat in de schouw de volgende inscriptie gebeiteld:  FAS et IUS consulta regant, waarvan een aanvaardbare vertaling luidt: Mogen het goddelijke recht en het recht van de mensen de besluiten sturen. Alle leden van de Raad kennen die woorden. Het IUS, het recht van de mensen, dient ertoe om de samenleving rechtvaardig te ordenen, het FAS, het goddelijk recht, dient een nog hoger doel, dat niet zo eenvoudig onder woorden te brengen is, net zomin als stichter van dit recht voor eenieder helder te benoemen is. Maar één ding is zeker: de oorsprong van dit recht is niet de mammon, oftewel de god van het geld.