De prijzen wijzigen per 1 april (5 februari 2017)

Onlangs stapte ik in een stadsbus, waar mij direct het opschrift in het oog sprong: ‘De prijzen wijzigen per 1 april.’ Ik werd onmiddellijk wantrouwig, zelfs achterdochtig. Er staat namelijk niet wat bedoeld is. Bedoeld is natuurlijk dat een busrit duurder wordt. Waarom dan deze bewoording? Ga er maar vanuit dat gewraakte informatie niet afkomstig is van de buschauffeur of de ambulante conducteur, nee zij is bedacht door een bureaucraat van het middenmanagement, die van de derde etage van het bedrijf omhoog wil naar de vierde.

En wij maar denken dat bureaucraten alleen maar bij de overheid zitten. Nee hoor, ook bij grote bedrijven vind je ze achter een pc of je komt ze tegen, doelloos zwervend over de gangen met in hun handen omvangrijke mappen. Bureaucraten als deze huiveren voor klip en klaar Nederlands, bang als ze zijn dat de gewone mens hen doorziet. Het liefst begeven ze zich in hoogpolig taalgebruik dat onpersoonlijk en abstract is. Daarbij hebben ze een ongezonde voorkeur voor de lijdende vorm, die als voordeel heeft dat de schrijver zich kan verschuilen achter, ja achter wie of wat? Achter een abstractum. Er had immers kunnen staan: ‘Per 1 april worden de prijzen verhoogd.’ Bij deze formulering zou niemand persoonlijk aansprakelijk gesteld kunnen worden voor die prijsverhoging. Maar het kan nog erger. In het onderhavige geval staat immers ‘De prijzen wijzigen per 1 april.’ Nu lijkt het alsof voor de verhoging van de prijzen helemaal niks en niemand verantwoordelijk is, geen persoon, geen dienst, zelfs het bedrijf niet. Het wijzigen van prijzen wordt als een organische ontwikkeling voorgesteld, waarop niemand invloed heeft, die wijziging gebeurt gewoon, het is een vorm van autogenese, van wording uit zichzelf.

Het moge duidelijk zijn. Het woord ‘wijzigen’ omsluiert waar het echt om te doen is, verhult dus, en is zo geformuleerd dat de lezer gaat denken: het zal wel, of – nog erger – het zal wel noodzakelijk zijn. En zo worden we gemanipuleerd. Ik heb dit voorbeeld nader uitgewerkt om u als lezer inzicht te geven in de mechanismen van taalverhulling en taalmanipulatie.

Een tweede voorbeeld. Mijn vader was rozenkweker en om de vrucht van zijn arbeid goed te laten gedijen gebruikte hij bestrijdingsmiddelen. Na vele maatschappelijke protesten werden die uiteindelijk verboden en vervangen door – let wel! – gewasbeschermingsmiddelen, waarin precies dezelfde werkzame stoffen zitten. Maar toen hoorde je er niemand meer over. Ik ondertitel nu wat u denkt: taal is een uitstekend middel om te verbloemen en te manipuleren.

Tot slot het goede nieuws. Een oproep van tijdschrift ‘Onze Taal’ naar het meest irritante woord van 2016 leverde als winnaar op: ‘diervriendelijk vlees.’ De uitdrukking ‘diervriendelijk vlees’ is een leugen. Zulk vlees bestaat niet. Een dier doden is per definitie dieronvriendelijk, zeggen velen. De lezers van ‘Onze Taal’ beginnen dus de taalmanipulatie te doorzien, nu nog de rest van Nederland.

U begrijpt, deze column heeft niet de bedoeling om u te amuseren of te verstrooien, maar om ook u wakker te schudden en, eenmaal wakker, waakzaam te houden.