De Boekenkast Vertelt (17 mei 2015)

Wat heerlijk dat de lentezon zich weer laat zien. Hebt u dan ook van die schoonmaakkriebels? Nou, ik niet. Ik heb dat van huisuit niet meegekregen. Bij ons werd schoonmaak gehouden als er geschilderd of behangen moest worden. Wat zeker iedere 2 jaar nodig was, met een kolenkachel en rokende familieleden. Ons moeke zorgde wel dat het huis was opgeruimd. Maar verder had zij maling aan dat vaste patroon van maandag wasdag, dinsdag boven stoffen woensdag dit of dat en vrijdags altijd een goede beurt. Zo heeft, denk ik, ieder zijn gewoontes van thuis meegekregen. Ik dus ook. Poetsen is ook niet zo mijn ding maar rommel ruimen des te meer. En zo kwamen ook bij mij die lentekriebels boven drijven.

De boekenkast in de huiskamer moest nodig worden af-en uitgestoft en opnieuw ingedeeld. Geloof me dat is een heel werk. Ik had het plan om eerst alle boeken uit de kast te halen. Maar na een uur of zo zag ik door de bomen het bos niet meer. Zo’n 100 boeken lagen inmiddels door de kamer verspreid en ik was nog niet eens op de helft. Wat je allemaal tegenkomt. Het is niet te geloven. En dan de twijfel he. Zet ik dit nog terug of gooi ik het weg? Zo vond ik het kookboek dat mijn moeder van haar moeder had gekregen toen ze trouwde. De recepten zoals die erin staan! Niet te geloven. Ik kan me voorstellen dat je vroeger de hele ochtend doende was met koken. Alles moest heel zout zijn. Aardappelen moesten ruim onder water staan en per liter moest er 1½ eetl. zout bij en dan 35 minuten zachtjes laten koken. En als je er dan spruitjes bij wilde eten, moest je ze goed wassen, het onderste stronkje niet te ver afsnijden, want dan konden ze uit elkaar vallen, met kokend water opzetten, ook hierbij 1½ eetl. zout en schrik niet; 45 minuten laten koken, afgieten en nog een kwartiertje opstoven met ½ ons boter en een snufje nootmuskaat. Aldus het kookboek van ons moeke, uitgegeven in 1930 in oud Nederlands met sch op het eind en kolen en koken met dubbel o. Het boek valt uit elkaar, is helemaal vergeeld, maar ik zet het toch maar weer terug.

’n Ander boek, met de titel “Richtlijnen voor een goed huwelijk.” Ook uit de jaren 30. Nou ik weet zeker dat niet één vrouw zich gelukkig voelt als ze in deze tijd volgens dat boek moet leven. Zij moet ze zich opofferen voor man en kinderen. Ik lees een klein stukje voor: “een goede huisvrouw zal iedere dag zorgdragen voor man en kinderen. Zij zal als eerste opstaan om het ontbijt voor haar gezin te maken. Voordat de man des huize gaat werken, zijn zijn schoenen gepoetst, is het broodtrommeltje gevuld en zij die een abonnement op de krant hebben, laten het hoofd van het gezin, de man dus, als eerste de krant lezen.” En zo zijn 245 bladzijden volgeschreven. Ik weet zeker dat ons Moeke dat nooit gelezen heeft.

Ik kwam ook een fotoalbum tegen van mijn ouders. Je weet wel, ook vergeeld, het dunne vloeipapier verkreukeld of gescheurd, de zwart/wit foto’s met een kartelrandje vastgezet in fotohoekjes die schots en scheef zitten. Vroeger, leek wel, werd voor iedere foto geposeerd, er zit niet een onverwachte spontane foto in. Wel hele leuke. De eerste auto van ons pa, een Vauxhall, volgens mij bestaan ze al lang niet meer. Moeke met haar witte zondagse schort en pa in overhemd met de goeie manchetknopen en bretellen aan zijn broek. Ik kan me bij het kijken van die foto nog herinneren hoe trots zij op hun eerste autootje waren. Ik weet nog dat dat kreng weleens weigerde te starten en dan moest ons pa, voor, onder de motorkap, hem aandraaien met een enorm grote zwengel. Hij pruttelde wat en jawel hoor ze konden weer rijden.

Beste luisteraars, mijn boekenkast zit nog vol verhalen en ik kan er nog uren over vertellen maar mijn tijd is om. Met een beetje jeugdsentiment neem ik niet alleen vandaag maar voor de komende tijd afscheid van u en wens u een fijne zondag toe en een warme zomer.