Aapjes Kijken (21 juni 2015)

Op de Biest gingen ze gisteren apenkooien. Niet de lieverdjes van de Vlinderakker voorheen basisschool St. Antonius, -die actie haalt de vernieuwde Hilverbode niet- maar wel de oudere jeugd die op een koude zaterdagavond het geluk van een prille liefde vindt bij de Katholieke Plattelands Jongeren, voor heen de Katholieke Jonge Boerenstand. Apenkooien op school dat is de laatste gymles voor de vakantie, wanneer alles mag en niks moet. Dat is ravotten met bok, kast en banken, met touwen en klimrekken. Tot de snotaapjes op apegapen liggen! Dat is met zijn allen heerlijk rauzen als botsautootjes op de kermis, maar dan anders. De KPJ doet het weer anders, die doet het met diverse grote dj’s uit de regio. Grote dj’s dat moeten uit de kluiten gewassen kerels zijn, mannen van boven de twee meter. Zo niet dan is het volslagen onzin: grote dj’s uit de regio. Dat is net zo iets als een atleet die tegen de subtop aanhangt in een sport die in ons Goede Vaderland helemaal niks voorstelt.

Ik kijk graag naar apen en ik niet alleen. Er is altijd volk bij een apenkooi. Nou ja, apenkooi. Toen ik nog een kind was en veel jonger dan nu was alles anders. Een aap zat gevangen en opgesloten in een kooi; een hok van 3 bij 3 bij 3 meter. Hij had een buitenhok dat niet veel groter was. Daar hing aan een stuk touw een autoband. Voor de afleiding. En de lusteloze aap, hij kwijnde weg. Zo was het kooi voor kooi, bij chimpansee, gorilla, orang oetan en gibbon.

De dierentuin pakt het tegenwoordig anders aan. Denk maar aan ons Safaripark. Kijkend naar de rooikont bavianen vroeg ik mij af, wie is hier gekooid, de aap of ik.

De aap is een verre neef van jou en mij; ons DNA is voor 98% krek eender. Ik ben dan wel slimmer, zo kan ik een fietsband plakken, in God geloven, boeken lezen en schrijven en, tot het geluk van mijn naasten, niet met geld omgaan, maar ik ben lang niet zo speels en lenig als mijn verre neef. En leuk ben ik al even min. Nog nooit heeft iemand vol bewondering naar mij omgezien.

Ik kijk naar apen voor de lol, niet om hun gedrag te bestuderen en er wijzer van te worden. Iemand die dat wel doet is onze oud-dorpsgenoot Edwin van Leeuwen. Uit zijn dissertatie – gewaardeerd met cum laude – valt te leren en ik citeer het persbericht: Mensapen zijn onze nauwste verwanten; in evolutionaire termen hadden wij kort geleden nog eenzelfde voorouder. Door het bestuderen van de mensapen kunnen we dus achterhalen of een bepaald menselijk gedrag naar alle waarschijnlijkheid al aanwezig was in onze gemeenschappelijke voorouder óf dat het wellicht een uniek menselijke eigenschap is. Edwin van Leeuwen bestudeerde semi-wilde chimpansees om te achterhalen of de menselijke neiging tot het vormen van cultuur een evolutionair oude neiging is of iets unieks menselijks. Zijn observaties en natuurlijke experimenten onthulden diverse culturele tradities in de bestudeerde chimpanseegemeenschappen in een reservaat in Zambia. De chimpansees hadden groeps-specifieke vlooitradities, alsook manieren om zichzelf te versieren (grassprieten uit de oren).

Daarentegen leken chimpansees zich niets aan te trekken van groepsnormen en was de neiging om elkaar na te apen minder aanwezig bij de chimpansees dan bij kinderen, wat een weerspiegeling lijkt van de menselijke hypertendens tot het vormen van culturen.

Van voetbal heeft iedereen verstand, zegt men; 16 miljoen bondscoaches die het beter weten dan de opgebrande en uitgebluste Guus Hiddink en zijn succesvolle voorganger de licht ontvlambare Louis van Gaal. In het wielrennen, waar ik van houd, ligt dat genuanceerder. Kenners beweren dat in Edwin van Leeuwen een potentiële veelwinnaar stak, dat hij meer talent had dan vader Piet, die ooit de Ronde van Beek won, of in broertje Patrick die ons Goede Vaderland vertegenwoordigde op het WK veldrijden. Voor de wielerwereld ging Edwin helaas verloren maar de wetenschap kreeg er een superieure onderzoeker voor terug. De vraag waar de mensheid de lekkerste vruchten van plukt, laat ik aan u, die mag u zelf beantwoorden. Ja toch!